Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.






Verffabriek Batouwe

Tot aan de sluiting in 1974 was in de Achterstraat Verffabriek  Batouwe van de familie Schouten gevestigd. In 1840 vestigde  Adrianus Schouten zich als verver en glazenmaker in Culemborg.  In de Goilberdingerstraat startte hij zijn bedrijfje in een bescheiden  woning. Naast verver en glazenmaker was hij ook verfverkoper. De  verf, die hij zelf bereidde, was van een zodanige kwaliteit dat zijn  klantenkring zich snel uitbreidde. Zijn klanten kwamen niet alleen  uit Culemborg zelf, maar ook uit de omgeving.


Het huis in de Goilberdingerstraat waar Adrianus Schouten in 1840 zijn verfbedrijf startte


Van een fabriek was toen nog geen  sprake. De verf werd in de werkplaats  bereid. Op een gemetseld fornuis werd  de lijnolie gekookt en de zogenoemde  taaie olie of standolie gestookt. Ook de  kopal (hars) werd op deze primitieve  wijze gesmolten. De verf werd gemalen  met horizontale molenstenen. Fijnere  verven werden gewreven op een marmeren steen met een blok graniet. Met  noeste vlijt en primitieve hulpmiddelen  wist men producten van hoge kwaliteit  te produceren, die jaren meegingen. De klantenkring werd groter. Daarom  werd uitbreiding noodzakelijk en moest  naar een groter pand worden omgezien.  In 1860 kocht Adrianus Schouten in  de Achterstraat het logement De Drie  Zwaantjes voor de uitbreiding van zijn bedrijf. Hier  werd de verffabricage op  grotere schaal aangepakt  en werd de grondslag  gelegd voor het fabrieksmatig bereiden van verf en  vernis. In 1870 kwam zoon Teunis in het bedrijf. Toen  deze in 1885 trouwde,  vestigden hij en zijn  vrouw zich in de Tollenstraat. De verkoop van  de verfwaren werd naar de Tollenstraat  verplaatst. De fabricage bleef in de Achterstraat. Na het overlijden van Adrianus Schouten in 1909, werden de twee zonen van  Teunis Schouten, Adrianus en Minus  Antoon, in de zaak opgenomen. Het  bedrijf groeide verder en er kwamen  enkele vertegenwoordigers in dienst om  het verkoopgebied verder uit te breiden.  Tijdens de Eerste Wereldoorlog was het  moeilijk om aan de benodigde grondstoffen te
komen. De uitbreiding stond  toen stil. Maar in 1920 werd het bedrijf  drastisch gereorganiseerd. Ook werden  er nieuwe machines aangeschaft. Hierdoor was het mogelijk om mee te gaan  met de nieuwste ontwikkelingen in de  verf- en vernisfabricage: kunsthars, celluloselakken en synthetische lakken. In die jaren was er geen verf of verf- product dat niet in de Batouwe werd  geproduceerd, onder de naam Batol of  Esculex. In de jaren twintig en dertig van de  vorige eeuw is het bedrijf ook actief  geweest in de woningbouw. Oorspronkelijk met het doel om een aantal  woningen voor het personeel te bouwen, breidden de bouwactiviteiten zich  geleidelijk uit. Zo zijn er aan de Prins  Bernhardstraat en aan de Julianalaan een  groot aantal huizen gebouwd.  In de jaren na de Tweede Wereldoorlog zijn bedrijven uit de binnenstad  van Culemborg geleidelijk aan naar  het nieuwe industrieterrein verhuisd.  Verffabriek Batouwe heeft in 1974 de  deuren gesloten.

Tekening van de oude verfmalerij in 1921 (naar een tekening van H.E. Roodenberg


Lees en/of download het hele artikel