Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.







Het boerenleven in vroeger tijd in Culemborg

Als leidraad de drie boerenbedrijven die alle gerund werden door leden van de
familie van Wiggen. Het zijn :
de hoeve in de “Redichemsche Waard”, de ”Klasina Hoeve”
aan de Honddijk 2 en tot slot de nieuwe “Klasina Hoeve” aan de Rijksstraatweg 53.




De Redichemsche Waard ligt aan de oostkant van Culemborg en wordt begrensd door de Lek
en de Beusichemsedijk. Het gebied wordt gedomineerd door een grote zandwinplas uit de
jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Het niet vergraven deel bestaat uit grasland en akkers
(mogelijk in de toekomst een andere invulling).
Behoudens de genoemde zandwinplas is dit gebied sinds 1800 niet veel veranderd. De waard
wordt grotendeels omgeven door een zomerkade, die al op kaarten uit de 17e eeuw wordt
aangegeven en vroeger als jaagpad fungeerde. Een oude half verharde weg loopt van de dijk
naar een huisplaats, waar tot in de jaren ’50 van de vorige eeuw een boerderij op een hoge
woerd (terp) stond, in de volksmond de “boerderij op de berg”. Op deze plaats stond heel
vroeger een “grafelijke bouwing”.
Dit gebied (“heerlijkheid Redichem”) was lange tijd in bezit van de
Heren van Beusichem, die
zich vanaf de 14-de eeuw
Heren van Culemborg noemden. De heerlijkheid liep langs de Lek
tot aan de grens van Goilberdingen (de huidige Gelddijk). De polder draagt nog steeds dezelfde naam : Redichem.

Ene Nicolaas van Wiggen, die in 1806 geboren was in Houten en trouwde met Gerrigje de
Weerd (geb.1814), begon als boerenknecht in het gebied Redichem. Hun zoon Karel
(geb.1837), gehuwd met Maaigje Borgstijn (geb.1838), woonde op Redichem. Wat we zeker
weten is dat hun zoon, Nicolaas van Wiggen (geb.1865) die in 1889 huwde met Otje Klasina
(Sientje) van Sas uit Ophemert (geb.1863), de boerderij (“op de berg”) zelf bewoonden en
hier boerden als pachters. Samen hadden ze vijf kinderen, waaronder drie zonen (Klaas (Nicolaas), Karel en Jan Hermanus). Tot ca.1932 woonden ze op de hoeve in de Redichemsche
Waard. Zij waren de voorlaatste pachters van de boerderij die rond 1954 werd afgebroken.
De laatste bewoners, een familie Bezooijen, emigreerden naar Canada.


Detail van een kaart uit 1869 Redichemse Waard (RAR)

1908, de familie Van Wiggen op het erf van de “Hoeve op de berg”

De “Bulloper”

Een “Bulloper” was iemand met een fokstier in zijn bezit. Hij ging op gezette tijden bij andere boerenbedrijven langs om de koeien te laten dekken door deze stier. De meeste boeren hielden namelijk zelf geen mannelijke dieren en waren voor de fok dus afhankelijk van zo’n “stierenbezoek”. Tegenwoordig wordt bij het fokken vaak kunstmatige
inseminatie (KI) toegepast. Het eerste KI-kalf werd op 5 december 1935 geboren.


Maandag wasdag

Elke maandag werd er gewassen en dat was vóór de tijd van de wasmachine een heel karwei. De was werd de avond tevoren in een grote tobbe met sop in de week gezet en de volgende ochtend uitgewrongen. Op het fornuis of boven een vuur werd water verhit waar het geweekte wasgoed in werd gestopt en ook weer daarin een tijd moest weken. Na een paar uur werd de was uit het water gehaald en uitgewrongen. De witte was werd opnieuw met zeep aan de kook gebracht, vervolgens in warm en daarna in koud water gespoeld, uitgewrongen en door de mangel gehaald. Uiteindelijk aan de waslijn gedroogd of op de bleek gelegd.


Sientje aan de was in 1920

De Klasina Hoeve aan de Honddijk

Zoon Jan Hermanus van Wiggen (1901-1965) huwde in 1930 met Jansje Cornelia Bonouvriër en liet in datzelfde jaar een boerderij bouwen aan de Honddijk 2. De boerderij werd de “Klasina Hoeve“ genoemd naar zijn vader Klaas en zijn moeder Sientje, samengevoegd :Klasina.
De Klasina Hoeve moest helaas in 1974 afgebroken worden om “Plan De Hond” te
realiseren. Jan Hermanus en Jansje kregen zelf twee zonen, Nico (Nicolaas) en Toon (Antonie Jan).




1954,“Klasina Hoeve” aan de Honddijk 2


De Bonte Bentheimer

Het varkensras, “De Bonte Bentheimer”, van oorsprong afkomstig uit Duitsland, was tot de vijftiger jaren erg populair. Het was ‘n middelgroot weidevarken met zwarte vlekken op een lichte ondergrond. Na de oorlog vroeg de consument om vlees met minder vet en verloor dit ras snel terrein. Veel huishoudens op het platteland hadden een big die vetgemest werd voor de slacht. Er was hier wel ‘n vergunning voor nodig. Van oudsher is november de slachtmaand. Het vlees kon namelijk in de winter beter bewaard worden (wecken, roken, drogen en pekelen). De plaatselijke huisslachter ging van huis naar huis en van boerderij naar boerderij.


Een gevlekt of bont varken met witte biggen op de “Klasina Hoeve” aan de Honddijk (1954).


De Klasina Hoeve aan de Rijksstraatweg 53

In 1930 kwam de Redichemsche Waard, dus ook de “boerderij op de berg”, in handen van een nieuwe eigenaar uit Amsterdam. Het ging al niet zo lekker tussen pachter Van Wiggen en de oude eigenaar van de Redichemsche Waard, de familie Dresselhuijs. Boer Van Wiggen (de Nicolaas die in 1865 geboren werd) vertrok van de hoeve om elders in Culemborg opnieuw een boerenbedrijf te starten. Hij had enkele percelen land in Culemborg. Verkocht twee percelen en liet op het derde perceel, aan de Rijksstraatweg 53, een geheel nieuw boerenbedrijf bouwen waar hij in 1932 opnieuw kon beginnen.
In 1943 overleed Sientje, de vrouw van boer Nicolaas van Wiggen, maar hij bleef toch zijn nieuwe boerenbedrijf runnen. In 1955, op 90-jarige leeftijd, kwam hij bij een tragisch ongeval om het leven op diezelfde Rijksstraatweg.
In 1930 kreeg Jan Hermanus, de Jan Hermanus die de hoeve gelegen aan de Honddijk had,
een zoon. Deze werd ook weer vernoemd naar zijn opa Nicolaas van Wiggen van de boerderij in de Redichemse Waard : Nicolaas (Nico). Deze Nico trouwde in 1956 met Teuni Borgstein en namen toen het boerenbedrijf aan de Rijksstraatweg over.

In 1974 werd de “Klasina Hoeve” aan de Honddijk, waar de ouders van Nico woonden, afgebroken en het naambord verplaatst naar de gevel van de boerderij aan de Rijksstraatweg.Nico van Wiggen overleed in 1979 op 49-jarige leeftijd, maar Teuni van Wiggen-Borgstein zette het boerenbedrijf tot 1990 alleen voort met behulp van haar zoon Jan en neef Hans.





Voor een boer of boerin begon de dag met melken, elke dag, 365 dagen in het jaar. De koeien werden 2x daags gemolken. Degene die molk zat op een melkkrukje, een “tulle”. Een koe gaf pas melk als zij een kalf had gekregen en wel tot ongeveer 8 maanden na de geboorte van het kalf. Daarna was er weer een nieuw kalf nodig om de melkproductie op gang te brengen. Na het melken werd de melk uit de emmer door een “teems” (een zeef) in de melkbus gegoten. De teems was nodig om allerlei vuildeeltjes uit de melk te halen. Deze teems bestond uit twee zeven, een fijne zeef met een wattenfilter en daaronder een strontzeef. De melkbussen met de gezeefde melk werden aan de kant van de weg gezet om opgehaald te worden door de melkwagen van de melkfabriek uit Schoonrewoerd. Lege bussen werden weer terug geplaatst en moesten met sodawater heel goed worden uit gesopt. Het schrobben van de emmers en de melkbussen was elke dag weer een flinke klus.

Gemiddeld geeft een melkkoe 25 liter melk per dag. Melkkoeien kunnen ongeveer 20 jaar oud worden, maar worden vaak al naar een jaar of zes geslacht, omdat hun melkproductie toch wel al afneemt.


Teuni aan het melken

En het zeven van de melk

Een van de hoogtepunten van het boerenleven was het hooien in de zomer, meestal in de
maand juli. Familie en vrienden hielpen vaak mee om het hooi op tijd binnen te krijgen.
Nog niet zo heel lang geleden werd het gras gemaaid met een zeis, omgeschud en gedroogd
op het land, opgestoken op wagens en vervoerd naar de boerderij waar het werd opgeslagen
op de hooizolder of hooiberg en dat alles met de hand. Tegenwoordig bestaan daarvoor speciale machines die dat werk doen.
Vroeger was hooi ’s winters de belangrijkste bron van voedsel voor de dieren op de boerderij,
maar tegenwoordig krijgt het vee (daarnaast) speciaal voer. Hooi van jong gras bevat meer
voedingsstoffen dan hooi van gras dat langer op het land heeft gestaan.
Tegenwoordig zie je nog zelden een hooiberg. Nu wordt het hooi meestal meteen geperst
tot rechthoekige of cilindervormige hooibalen, die in de hooischuur worden bewaard


De familie Van Wiggen, van de “Klasina Hoeve”, haalt het hooi binnen en zoon Jan steekt de balen hooi op
naar de hooizolder. Hun land was gelegen achter de boerderij aan de Rijksstraatweg (± 1985)


De huidige bewoners van Rijksstraatweg 53 hebben geen agrarisch bedrijf en hebben dan ook sinds kort het naambordje “Klasina Hoeve”, van de gevel van het huis verwijderd en overhandigd aan zoon Jan Van Wiggen.

Bronnen : Teuni van Wiggen-Borgstein, Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente
Culemborg (bureau Lantschap), Regionaal Archief Rivierenland, de Culemborgsche Courant.

Alies Derwig, 17-09-2017


Klik op de foto voor een vergroting.