Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

Home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.






Caffaigne

Het Caffaigne met de vier huisjes (cameren)  Foto: Museum Elisabeth Weeshuis


Volgens het grafelijk archief van  Culemborg is het pand Everwijnstraat  3 t/m 9, later Caffaigne genaamd, in  1460 door Gerard II van Culemborg in  leen gegeven aan Johan Goessensz van Tyel. Het pand moet toen al veel ouder  zijn geweest maar een oudere vermelding is tot nu toe niet gevonden. Op  21 augustus1480 verkocht Jasper van  Culemborg, zoon van Gerard II, het pand aan Cornelis Berntszoon. Deze  Cornelis Berntszoon was in Culemborg  een rijk en belangrijk man. Hij had in  Culemborg en omgeving veel bezittingen en vervulde onder meer de functies  van schepen van de stad, gasthuismeester van het Pietersgasthuis, heemraad  van het land van Culemborg en rent-meester van de graaf. Deze Cornelis  Berntszoon is zelf met zijn gezin in het  huis gaan wonen.

In 1532 is het rechts naast het huis gelegen kloostercomplex in brand gevlogen (Begijnenbrand), waarbij ook het huis schade heeft geleden. Het pand  is toen herbouwd waardoor het huidige  16e-eeuwse uiterlijk is ontstaan. Na het  overlijden van Cornelis Berntszoon is op 20 november 1549 het huis door  zijn kinderen en zijn weduwe overgedragen aan de armeninstelling Poth. Hierna heeft het gebouw tot aan de 21e eeuw een maatschappelijke functie  gehad voor de armenzorg.

Na de overdracht in 1549 is het pand  verdeeld in drie ‘cameren’ aangeduid  als de ‘Potshuysinge’. De eerste bewoners waren: een weduwe, een pastoor  die op de vlucht was als gevolg van de  Beeldenstorm en de koster van de St. Barbarakerk. In de rekeningen van het  boekjaar 1589/1590 wordt het huis  voor het eerst aangeduid met de naam  ‘Caffaignen’. Uit dezelfde rekeningen  blijkt dat de heer van Culemborg had  besloten dat de cameren gratis (om godswille) door arme mensen mochten  worden bewoond. In de latere eeuwen heeft men zich daar niet meer aan  gehouden en werden de cameren gewoon verhuurd. Zoals onder meer aan de lakei van de gravin van Culemborg,  een bode van het hof en een deurwaarder. De laatste die daar een huisje  huurde, was een schoenmaker. Deze moest in 1964 vertrekken in verband  met de restauratie van het gebouw.

Bij de restauratie zijn de aanwezige  huisjes (cameren) uitgebroken. Daardoor ontstond er weer één grote ruimte, zoals vermoedelijk ook al rond  1460 het geval was. Na de restauratie is  het Caffaigne verhuurd aan de Commissie Bejaardenwerk (voorloper Elk).  In 2004 heeft de gemeente het Caffaigne aan een particulier verkocht.



Frank van Schutterhoef en Jack van der Winkel

Het Caffaigne na de restauratie. Foto: W Veerman