Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

Home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.






De Dierentuin

Rond de Tweede Wereldoorlog stonden er op verschillende  plaatsen in de stad woningen waarop een bord was aangebracht met de tekst: ‘Onbewoonbaar verklaarde woning’. Dit  betekende niet dat daar geen mensen meer woonden. Het  pand was echter zo slecht dat het moest worden afgebroken  als de bewoners verhuisden. Hieruit mag niet de conclusie  worden getrokken dat huizen zonder zo’n bord in prima  staat verkeerden. Vooral de huizen in de volkswijken zoals  het Hoge Dorp, de Lange Havendijk, Achter de Vismarkt,  de Nieuwstraat en Kloosterstraat waren bijna allemaal in een  slechte staat. In de jaren zeventig zijn al deze huizen door de  gemeente gesloopt en door nieuwbouw vervangen. Met deze  nieuwbouw kwam er eindelijk een eind aan een verpaupering van eeuwen van de Culemborgse binnenstad. Culemborg was immers na een bloeitijd in de 14e en 15e eeuw  economisch langzaam achterop geraakt. Zo erg zelfs, dat een  reiziger die in het begin van de 19e eeuw Culemborg bezocht, de stad vergeleek met de achterbuurten van Leiden.  

Een van de armzaligste straatjes in de stad was de Munt. Dit  straatje liep van de Ridderstraat naar de stadsgracht, op de  plaats waar nu een complex starterwoningen van Kleurrijk-Wonen staat. Het straatje bestond uitsluitend uit krotten met  één vertrek, waarin allemaal grote gezinnen woonden. De  eigenaar van deze krotten was de kroegbaas van café De Dierentuin. Dit café was gevestigd in een oude muurtoren van  de stadsmuur, die liep van de Papensteeg tot aan de Kolfbaan.  Je kon er komen via een brug op de Westersingel. Als het  donker was kwamen via deze brug deftige heren de dames in  café De Dierentuin bezoeken.  Op een kwade dag verkocht de kroegbaas van De Dierentuin  alle krotten in de Munt aan de zusters van de Sociëteit van  Jezus, Maria en Jozef, zodat die daar het meisjespensionaat  ‘Mariakroon’ konden bouwen. De bewoners van de krotten werden op straat gezet en hadden van de ene op de andere  dag geen onderkomen meer. Dit gaf natuurlijk heel wat con-sternatie. Om de gedupeerde bewoners van de voormalige  Munt tegemoet te komen, werd de tuin van café De Dierentuin volgebouwd met eenkamerwoningen. Aangezien de  mensen geen dak boven hun hoofd hadden en toch wilden  wonen, werd de huur van deze krotten flink opgedreven.  Deze achterbuurt heeft tot 1930 bestaan. Toen pas drong het  tot het gemeentebestuur door dat aan deze mensonwaardige  woonomstandigheden een eind gemaakt moest worden. De  gemeente heeft toen De Dierentuin gekocht en gesloopt.

Op de locatie van de voormalige Dierentuin zijn toen de  huizen gebouwd zoals wij die kennen op het Jach, tegen-over het voormalige postkantoor. Voor de doorbraak van  het Jach naar de Everwijnstraat was dit een vrij stil hoekje,  waar vrijwel alleen wandelaars en fietsers passeerden. Aan het  eind van de Binnenmolenstraat stond toen alleen maar de  molenromp. Hier kon je linksaf de Molenwal op of rechtsaf  via de nog bestaande dam naar de Westersingel. Op de hoek van de Binnenmolenstraat en de Molenwal stond de brand-weerkazerne. Deze brandweerkazerne was gebouwd op een  stuk land dat het Jach heette en in het verleden in gebruik  was als achtererf van de huizen aan de Varkensmarkt. Rechts  naast de dam naar de Westersingel - aan de gracht - stond  een rijtje huisjes met de naam de Kolfbaan. In een van deze  huisjes woonde de stadsomroeper, Manus van Empel. Dat de  toenmalige Straatnamencommissie voor de naamgeving van  de straat voor het postkantoor heeft gekozen voor ‘’t Jach’ en  niet voor ‘De Dierentuin’ is - gelet op de geschiedenis - alleszins te billijken.



Waar nu het gebouw van de voormalige Mariakroon staat bevond zich vroeger het krottenwijkje ‘De Munt’


Op het terrein van de voormalige Dierentuin zijn deze huizen aan ‘t Jach gebouwd