Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links


Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.





Familie Dubbeldam. Laatste Culemborgse riviervissers.






De Dubbeldammen waren de laatste professionele riviervissers in Culemborg. De vis werd voornamelijk gevangen rondom de kribben in de Lek. Al die kribben hadden/hebben hun eigen specifieke naam.

Ook kribben hebben namen

Alle kribben langs de Lek hebben namen, doch slechts weinigen kunnen ons vertellen hoe zij allemaal heten. Natuurlijk waren wij alleen maar benieuwd naar de kribben waar omheen de familie Dubbeldam hun vis bemachtigden.

Na enig speurwerk hebben we toch een aardig lijstje namen op de kop kunnen tikken en hieruit zal blijken hoe onvoorstelbaar hard het vissersbedrijf voor deze mensen geweest moet zijn, gezien de grote afstanden welke zij af moesten leggen om hun vis te bemachtigen. Voeg daarbij dat de vissersboten allemaal  van ijzer waren, dus erg zwaar, en altijd met de hand geroeid moest worden dan besef  je dat het dagelijks brood zuur verdiend werd.








Het ging bij het vissen hoofdzakelijk om bliek, voorn, snoek en andere schubvis. Meestal werd in de avond of nacht gevist omdat het water dan “hoog en dik” was want dan was de vis aan de oever te vinden. Er werd praktisch altijd met een “zegen" gevist die wel tot een diepte van 4 meter kon komen. Zo'n zegen was wel 80 meter lang waar aan de ene li j n kurken waren bevestigd en aan de andere lijn stenen zodat het net rechtstandig door het water ging.

Met een roeiboot werd de zegen van de krib af. stroomafwaarts overboord gezet en dan “met de neer mee” weer  binnengehaald. Het was een zwaar werk waarvoor minstens vier mannen nodig waren. De meeste kribben hadden een naam, maar er waren er ook bij waar men niet kon vissen of waarvan bekend was dat bij die kribben geen vis zat.

In het verlengde van het Halfuurspaal, aan het eind van de Weidsteeg begon het viswater van de Dubbeldammers. De eerste krib heette het Scheidt, dan kwamen de Kil, de 0verlaat en de Zandplaat. De Zandplaat werd ook wel de Zamvisserij genoemd.. De eerste krib na de Plaat werd Bombaay genoemd omdat daar een diep gat lag. Dan volgde het Sluisje, de Kruckieskrib, de Grote Dam en de Grote Neer. Hier kwam men aan de Haven en volgde de Spoorbrug, het Zwembad, de Mislukte, het Duikertje, Beneden de Lange Dam, de Tankval, Fort Spoel, de Modderkrib, de Armenbogerd, de Riethoek, het Putje, Fort Everdingen, de Inloop en dan het Putje van Gradus. Hier hield het pachtwater van de Dubbeldammen op.
We gaan daar naar de overkant en vinden Fort Spoel, stroomopwaarts de namen de Griend, het Haventje, het 0ude Veer, de Sloot,de Lantaarn, de Stenen Hoek, 't Schuine Kribje. Men sloeg een flink stuk over en begon bij het Veer, Beneden de Pont, de Drijver, het Putje van Mason, de Communistenkrib, Candia, de Kabel, de Put, Beneden den Dam, Tussen de Dammen, de Heul, de Tweede Aanwas, de Droge Aanwas, de Harde Stromer en de Schokkerkrib waar men paling kon vissen. Daarna de Kleihaven, de Droge Stromer, de 0tterkrib, de Bermkrib, de Schuine Krib, de Driepe Aanwas, de Eerste Aanwas, het Diepe Neertje en de Drie Wilgen. Hier was men weer tegenover het Halfuurspaal waar het viswater eindigde.

De namen van de kribben ontstonden zoals mensen aan hun bijnamen kwamen. De vissers wisten precies waar de meeste vis werd gevangen en dat speelde een rol bij het namen geven

De namen van de kribben ontstonden zoals mensen aan hun bijnamen kwa- men. De vissers wisten precies waar de meeste vis werd gevangen en dat speelde een rol bij het namen geven.