Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

Home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.






Joodse Culemborgers in de Tweede Wereldoorlog

Het archief in Tiel heeft een briefje in  bezit, dat burgemeester Keestra op 1  april 1943 schreef aan die Zentralstelle  für Jüdische Auswanderung in Amsterdam.  

De burgemeester schrijft:

‘….er moeten  ongeveer 50 joden uit Culemborg naar Vught  worden afgevoerd. Daar horen twee gezinnen bij, die uit mensen van 80 jaar en ouder  bestaan, namelijk:
- M.W. van Gelderen, 85 jaar en R. van  Gelderen, 85 jaar. Beiden: Tollenstraat 1. - A.I Wijsenbeek, 89 jaar, G.I Wijsenbeek,  87 jaar, J. Wijsenbeek 85 jaar en de bij hen  wonende A. Wijsenbeek, 76 jaar. Hun adres  is Markt 47.’

Voor deze zeer oude mensen, aldus het  briefje, is transport zeer zwaar. ‘Gelet  op hun leeftijd zullen ze niet veel jaren  meer leven. Mogen ze daarom niet in  Culemborg blijven wonen?

Maar op een lijst van 9 april, waarop  mensen staan die naar Vught zijn overgebracht, worden ze alle 6 genoemd.  Ook op een lijst van mensen die hun  sleutel hebben ingeleverd…. Op 12 april zijn hun woningen gecon-troleerd en verzegeld door de politie. Een nota van Binnenlandse Zaken voor  kosten die gemaakt zijn bij het vervoer  van Joden, voor de verhuizer en degene  die de opslagruimte verhuurde f 967, 61  d.d. 5 November 1943. Maar Mozes en Rebecca en Gabriel en  Johanna en Andries en Adriana waren  toen al lang dood. Op 14 mei waren zij  in Sobibor vergast. Behalve Mozes, die  was op 12 mei in Westerbork al gestorven.

Broer en zus van Gelderen woonden  in hun ouderlijk huis. Hun vader had  daar een kledingzaak, die tot 1925 was  voortgezet door hun broer Benjamin.  Deze broer was actief in de Culemborgse gemeenschap: hij zat in besturen  van de liberale vrijheidsbond, van het  Groene Kruis en van de toneelvereniging. Karl Seckl, die een winkel op de  Vismarkt had en zonder familie vanuit  Duitsland hierheen was gekomen, werd  door hem als pleegzoon beschouwd. De vrouw van Mozes, Flora, was in  1926 al overleden.  

De broers Gabriel en Dries Wijsenbeek  hadden een slagerij. In de tuin achter de  winkel stond een koosjere worstfabriek.  En een vleesrokerij. Worsten werden  per post naar Amsterdam en het Gooi  gestuurd. Hun familie was omstreeks  1800 vanuit Beieren naar Nederland  gekomen. Vroegere generaties hadden  een zaak in stoffen en manufacturen  gedreven.

Mensen van wie we bijna niets weten,  zijn de Aussens. Een jong gezin, vader  38, moeder 43 en een zoontje van 4.  Zij woonden op Markt 7. In 1937 was  Herman hier komen wonen, vanuit  Zutphen. Hij was loodgieter. Op 28  januari 1944 zijn moeder en kind in  Auschwitz vermoord. De vader een jaar  later in Buchenwald.

Een jongen van 24 was smidsknecht bij  de firma Salzherr aan de Tollenstraat.  Hij had daar kost en inwoning: Isidoor  Coronel. Isidoor wilde proberen naar  Palestina te vluchten maar ging eerst  nog in Amsterdam zijn moeder gedag  zeggen. Daar werden ze beiden opgepakt en op 30 september 1940 werd hij  in Auschwitz omgebracht.

In Culemborg liggen 39 stenen voor  39 Joodse mensenlevens. We weten  maar heel weinig meer van hen, soms  niets. Foto’s zijn er van een enkeling.  Nabestaanden werden nauwelijks nog  gevonden. Een catastrofe, omdat het  naziregime mensen verdeelde in ‘goede soorten’ en ‘slechte soorten’. Of eigenlijk nog wranger: mensen en iets tussen  mensen en dieren in. En wij waren hier niet in staat om dat te voorkomen.

Daar willen de gedenksteentjes die hier  in 2012 voor de huizen van vermoorde  joden zijn gelegd, ons aan herinneren. Struikelstenen heten ze daarom,  Stolpersteine, een project van de Duitse  kunstenaar Gunther Demnig.

Bij de bevrijding bleek, gelukkig , dat er  ook joden de dans ontsprongen waren:  er waren onderduikadressen geweest.  Karl Seckl was een van de overlevenden, evenals Louis de Beer en degenen,  die bij Juffrouw Kap in de Ridderstraat  hadden gebivakkeerd. Maar voor het in stand houden van een  synagoge zijn er na de Tweede Wereldoorlog nooit meer genoeg joden in  Culemborg geweest.

















Nini Vonk-Wartena

Zie ook: www.stolpersteineculemborg.nl en www.oorlogs-slachtoffersculemborg.nl
Bij de balie van het stadhuis kan een folder worden afgehaald met een route, die langs de Stolpersteine voert.


Op de Joodse begraafplaats aan de Achter weg staat dit monument ter nagedachtenis aan de omgebrachte Culemborgse Joden


Kattenstraat 17 was de slagerij van Gabriel Walg

Eli van Spier te midden van een vrolijke menigte op de dag van de bevrijding. Zij staan hier voor het pand van de voormalige Ortskommandant. Foto: Ypma


De voormalig syna- goge aan de Joden- kerkstraat


Herman Aussen kwam eind jaren dertig met zijn gezin naar Culemborg. Aan het begin van de oorlog trokken zij in het pand Markt 7. Moeder en zoon werden in januari 1944 vermoord in Auschwitz. De vader kwam in februari 1945 om in Buchenwald