Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.


















Tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw lagen er rond Culemborg nog veel kersenboom-gaarden. De bekendste was de boomgaard van de familie Verkerk, die achter de plantage lag. Deze was bekend, omdat daar rond de Tweede Wereldoorlog veel lagere scholen klasgewijs een middag kersen   gingen eten. Ieder kind had dan een van huis meegenomen trommeltje om zijn of haar nek hangen om kersen in te doen. Tijdens de wandeling naar de kersenboomgaard werd het ‘kersenlied’ gezongen. Ik kan me alleen nog de eerste regel van dit lied herinneren. Die luidde: ‘We gaan naar de boomgaard hoezee’. Eenmaal in de boomgaard aangekomen werd het trommeltje van ieder kind gevuld met kersen. Na het eten van de kersen werden er allerlei spelletjes gedaan zoals zaklopen en zakdoekje leggen.

Kersentijd
Ook de heer De Beus uit Culemborg heeft nog herinneringen aan de kersentijd. In ‘Van Hoenderik tot Heerepeer van de Stichting Landschapsbeheer Gelderland zegt hij daar onder meer   over:  ‘Met een groep hier uit de buurt gingen wij naar de kersenboomgaard bij Jo van Asch. Als kind zijnde van vijf, zeven, van negen, tien, zakkenlopen, ja, dan gingen we met tien, vijftien man lopend hè, want fietsend ik had een fiets, jij had een fiets, maar tien hadden er geen fiets, nou achterop en lopend dan gingen we naar Jo van Asch. Die zat daar verderop, die had daar dus een kersenboomgaard, nou dan waren ze aan het kersen plukken in de kersentijd, dan kregen we zo’n puntzak met kersen of dan kocht je die voor vijf centen nou dan had je schik of je vroeg: hebben jullie nog... eh, hoe noemden   ze dat nou... kroet.. dat was een kistje   kersen... kroet en dat zijn kersen die   allemaal gescheurd zijn of dat daar een plekkie aan zat en dat kreeg je dan voor niks, daar had je vier kilo in zo’n kistje zitten en dan was ’t mooi weer en dan ging je zo op je zij liggen en dan lag je pitten uit te spuwen met mekaar. En lol te maken. dat was een   mooie tijd, dat was hartstikke leuk.’
De kersentijd was voor de eigenaar of pachter van de boomgaard een drukke tijd. Hij moest keerders en plukkers aannemen. Hij moest de ladders, de hoenderikken (plukmanden) en de dis (sorteertafel) controleren en repareren. In de boomgaard inspecteerde hij het schavot (houten uitkijktoren) en de slaaphut voor de keerders. Dit alles in de hoop dat het een goed kersenjaar zou worden. Want een misoogst betekende geen inkomsten.
Een aantal bekende kersenkeerders in Culemborg waren in de periode na de Tweede Wereldoorlog: G. van Veen uit de
Kalkhovenstraat, G. van de Heuvel uit de J.B. van de Hamstraat, W. van Nunen van de Molenwal en H. van Dalum uit de Nieuwstraat. Bekende kersenplukkers uit die tijd waren: H. van Haaften uit de Binnenmolenstraat, C. en R. van Dalum uit de Nieuwstraat, H. van Gelderen uit de Zand-straat, L. Salari uit de Nieuwstraat en T. de Hartog van de Rietveldseweg.
Zodra de kersen kleurden, kwamen allereerst de kersenkeerders in actie. Meestal opgeschoten jongens, soms volwassen kerels. Twee maanden lang, zeven dagen per week, van zonsopgang tot zonsondergang, waren ze in touw om vooral spreeuwen te keren (verjagen). Ze riepen en schreeuwden, draaiden de ratels en schoten met geweren; dat laatste overigens niet zonder gevaar. Kersenkeerders overnachtten vaak in een hut in de boomgaard.
Zodra de kersen rijp waren was het de beurt aan de plukkers. Deze werkten zes dagen per week van vijf uur ’s morgens tot zeven uur ’s avonds. Telkens als de plukker een hoenderik vol had, kwam hij van de ladder af een leegde hij die op de dis. Achter de dis stonden meestal vrouwen en oudere mannen. Deze sorteerden en verpakten de kersen in kleine ronde mandjes. Veel van deze mandjes met kersen werden via de post of per bodedienst verstuurd naar plaatsen in het hele land. Ook de Culemborgse boot vervoerde in de kersentijd dagelijks grote hoeveelheden kersenmandjes richting Rotterdam. Een goede plukker plukte zo’n 25 hoenderikken à vijf kilo per dag.  
Jack van der Winkel
Geraadpleegde literatuur:  ‘Van hoenderik tot Heerepeer’, Stichting Landschaps- beheer Gelderland.  ‘Kersentijd in Wade- noijen’, Het leven in Tiel




Basterd Dikke
Beierlander
Early Rivers
Franse wijnkers
Hedelfinger Riesenkirsche
Inspecteur Löhniss
Kleine Zwarte
Maaikers / Meikers
Mierlose Zwarte
Varikse Zwarte
Volgers
Vroege Duitse
Wijnkers

Kersenrassen