Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.






Brandspuitenfabriek Kronenburg

In de Achterstraat stond tot 1950 de brandspuitenfabriek van de firma Kronenburg. In 1950 is het bedrijf verplaatst naar de gemeente Hedel omdat de gemeente Culemborg niet mee wilde werken aan een uitbreiding van de fabriek.


In 1823 was ene Kronenburg in  Culemborg actief als koperslager. Hij  maakte koperen windketels voor de  brandweerkorpsen in de omgeving.  Deze ketels zorgden ervoor dat de  brandspuiten een constante straal leverden. Al snel startte Kronenburg ook  met het bouwen van complete hand-spuiten. Na 1900 begon Kronenburg  met de productie van brandweerauto’s  bestemd voor gemeentelijke brandweercorpsen. Hiervoor werden toen in  hoofdzaak gebruikte chassis gebruikt,  die afkomstig waren van Ford en  Chevrolet.
 Al voor de Tweede Wereldoorlog was het kleine Culemborgse  fabriekje uitgegroeid tot een belangrijke  fabrikant van brandweermaterieel.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Jan  van Antwerpen drie jaar als chef-spuiter gewerkt bij de brandspuitenfabriek van Kronenburg in Culemborg. De spuitafdeling van de firma Kronenburg was  gevestigd in de Korte Meent, tegenover  de bedrijfswagengarage van de Gebroeders de Jong. Jan van Antwerpen was verantwoordelijk voor het aanbrengen  van de witte kleur.
Het aanbrengen van de verschillende gemeentewapens op de deuren van brandweerauto’s werd altijd door een  specialist uit Den Haag gedaan. Totdat Jan van Antwerpen de oude mijnheer Kronenburg liet weten dat hij die  kunst ook beheerste. Hij mocht een  proef maken. Die beviel zo goed dat  alle gemeentewapens vanaf dat moment door Jan van Antwerpen werden  geschilderd. De onderstellen voor de brandweerwagens werden later geleverd door  verschillende autofabrieken, zoals Dodge, Daf en Volvo.
De opbouw, zeg  maar het geraamte, bestond in die tijd  helemaal uit hout. Deze opbouw werd  daarna met plaatijzer bekleed. De kale pompen kwamen
voornamelijk  uit Duitsland en werden bij Kronenburg verder opgebouwd. In de bedrijfsruimte, die aan de Binnenmolen- straat  grensde, werden de slangen geweven.  De haken voor de brandslangen werden, om beschadiging van de slangen te voorkomen, met leer bekleed door  Brien Dubbeldam.  In het bedrijf werkten rond 1950 dertig  mensen, zes daarvan in de carrosseriebouw en tien in de weverij. Bedrijfsleider van de firma Kronenburg was Otto  Pikker.  
Als er problemen waren met de motor en aandrijving van de bedrijfswagen  werd de hulp ingeroepen van Nico  Streef (in die tijd een van de beste automonteurs in Culemborg). Deze  was echter niet in dienst van de firma  Kronen- burg, maar werkte als monteur  bij garage Van Strien.  

Vanaf 1950 is Kronenburg geleidelijk  aan naar een groter pand in Hedel  verhuisd. Eerst de slangenweverij en  de rubber- fabriek, daarna de carrosserieafdeling, toen de werkplaats voor  pompenmontage en de magazijnen,  vervolgens de spuiterij en ten slotte het  kantoor.  In Hedel werd ook begonnen met de  bouw van speciale voertuigen voor  vliegvelden en de petro- chemische industrie. In 1954 exporteerde het bedrijf  naar bijna alle Europese landen, maar  ook naar Azië, Zuid-Amerika, Afrika en Australië.  
Na een aantal overnames werd in 2000,  als een donderslag bij heldere hemel,  het faillissement voor Kronenburg  aangevraagd. Het bedrijventerrein in  Hedel waar eens de firma Kronenburg  was gevestigd heeft de naam Kronenburgpark gekregen. Hier zijn nu veel  kleine bedrijven gevestigd in een soort  bedrijven verzamelcentrum.