Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.






Molen De Hoop

Al in 1428 stond er aan het eind van de Molenstraat, nu Buitenmolenstraat, een standerdwindkorenmolen*. Deze molen was in bezit van de Grafelijke Domeinen, die de molen verpachtten aan een molenaar, de zogenaamde Molenmeester. De molen was een van de “dwangmolens” van Culemborg, dat wil zeggen dat de burgers verplicht waren om hun graan bij een van die molens te laten malen. In de oude binnenstad stond er nog een: De Koornvriend.


Om ontduiking van accijns op het malen van graan tegen te gaan, had het stadsbestuur besloten dat een stadsmolenkar alle koren van en naar de molens zou brengen. Op elke zak graan zou men dan een extra belasting gaan heffen. Hiertegen ontstond groot verzet dat in 1650 in een oproer ontaardde. De extra belasting werd teruggedraaid, maar de oproerkraaiers werden uiteindelijk tot de dood veroordeeld.

In 1689 is de standerdmolen aan de Molenstraat door een nieuwe molen vervangen, met oud en nieuw materiaal. De aannemer kreeg 750 gulden voor de bouw. Op het anonieme schilderij ‘Singelgezicht met de Abdij en de Sint-Janskerk’ uit omstreeks 1755, staat deze standerdmolen afgebeeld.

Rosmolen

Ergens tussen 1749 en 1757 is deze molen verdwenen. Maar op 18 juli 1757 werd op ongeveer dezelfde plek door de Culemborgse magistraat aan wijnkoopman Beens en aan Van Leempoel de oprichting van een rosmolen* toegestaan. Het octrooi werd voor 25 jaar verleend. Beens en Van Leempoel hebben op 18 augustus 1766 deze molen verkocht aan Teunis Hans De Groot.

In 1836 werd de rosmolen gesloopt en kwam er op die plek een aardappelsiroopfabriek van Van Dordt. Mede door het mislukken van de aardappeloogst in 1845 was dit bedrijf geen lang leven beschoren.

Stellingmolen

In 1853 verkocht de stad, die intussen eigenaar was geworden, de molenwerf voor 500 gulden aan Jilles van Soelen, korenmolenaar in Tiel. Deze liet hier een windkorenmolen bouwen. Het werd een stellingmolen*. In 1855 kwam er een knecht op de molen, Carel Anthonius van Fulpen. Hij woonde in bij Van Soelen en trouwde in 1856.

Jilles van Soelen is niet lang molenaar geweest in Culemborg: in september 1856 werd de molen geveild. Dirk van Aalst kocht de molen voor 7000 gulden. Van Soelen vertrok naar Geldermalsen.

In 1856 trok er een hevige storm over Culemborg. Bomen in de Plantage waaiden om en het dak van het Elisabeth Weeshuis werd eraf gerukt. Ook molen De Hoop werd van haar kap en wieken beroofd. Waarschijnlijk had molenaar Van Soelen geen geld voor herstel.

Op 25 augustus 1863 werd de molen gekocht door Jacobus de Jong. In  1865 kwam er een tweede molenaarsknecht, Jan Lief- hebber. Hij woonde in een van de pandjes bij de molen, de latere molenaarswoning, maar verhuisde al snel weer naar Leerdam.

In mei 1867 vestigde molenaar Johannes Kruijssen (geboren in 1823) zich met zijn gezin in de molenaarswoning.

In 1874 raakten de wieken van de molen beschadigd door blik- seminslag, in 1877 brak onverwacht een roede van de molen af en in 1877 treft een brand de molen.

Johannes Kruijssen

Molenaar Johannes Kruijssen werd in 1889 voor 2500 gulden eigenaar van molen De Hoop - zonder kap en wieken - met woning en erf. Maar in datzelfde jaar overleed hij en zijn jongste zoon, Hendrikus Aloysius Kruijssen, nam de molen over. Deze heeft later een vergunning aangevraagd voor een gasmotor van 11pk voor gebruik bij windstilte.

Op 3 april 1898 vond er een ongeval plaats op molen De Hoop. Molenaar Kruijssen was met zijn knecht Brouwer bezig de molen om te zetten. Een gedeelte van de stelling stortte in en beide mannen vielen naar beneden. Kruijssen brak zijn onderbeen en de knecht brak een dijbeen en liep tevens een schedelbreuk op. Ze werden overgebracht naar het Barbara Ziekenhuis.  

In 1906 heeft Kruijssen een vergunning aangevraagd en gekregen voor een 24pk-zuiggasmoter. Door middel van een riem en riem- schijven moest een dubbel stel maalstenen, die in de molen stonden, in beweging worden gebracht. Ook werd er vergunning verleend voor de verbouw van het pakhuis bij de molen.

Stoomkorenmolen

Ook elders in Culemborg kwamen er in die tijd nieuwe koren- maalderijen, die zonder wind konden malen. Bijvoorbeeld de stoomkorenmolen van Koedam en Bonhof en later de maalderij in de Korte Meent van de Algemene Boeren en Tuinders Bond, waar in 1920 een zoon van Hermanus van Hazendonk de “mechanische” molenaar werd. In 1916 waren er al vier korenmaalderijen, die gebruik maakten van gas- of zuiggasmotoren. Alleen molen De Coornbloem (Korenbloem), nu Johanna geheten, maakte nog gebruik van enkel en alleen windkracht.

Brand

Op 7 februari 1909 was er brand in de molenaarswoning van Kruijssen. De korenmolen bleef volgens een krantenbericht gespaard. In juli werden er panden in de Zandstraat aangekocht door Kruijssen. Mogelijk is de molen toch beschadigd geraakt, want uit een later bericht blijkt dat er geen wieken meer aan de molen zitten. (C.C. 18-07-1909).

Volgens een advertentie in de Culemborgsche Courant in 1910 had Kruijssen zijn bedrijf inmiddels uitgebreid met de verkoop van kolen (‘Ruhrkachelkolen’), samen met de firma Joh. Koedam. Waarschijnlijk is rond dit jaar de molen onttakeld en gedurende een aantal jaren een maalbedrijf alleen op stoomkracht geweest. De molen werd in 1912 niet meer vermeld als een maalderij onder de naam H.A. Kruijssen, maar als de vennootschap N.V. Graan, Meel en Brandstoffenhandel met als directeur Cornelis Hendrikus Bonhof. Er was werk voor zes volwassenen en twee jongens.  

Koedam

In 1917 is H.A. Kruijssen als gevolg van een ongeval bij het station in Culemborg overleden. De N.V. Graan, Meel en Brandstof- fenhandel is in 1918 geliquideerd. Op 23 juli 1918 werd molen De Hoop met vijf huisjes in de Buitenmolenstraat in het openbaar verkocht voor 5225 gulden aan Hendrik Dirk Smits, gemeenteontvanger van Culemborg. Na het overlijden van Dirk Smits in 1930 kwam de molen De Hoop in bezit van Dirk Koedam. Vanaf die tijd werden de molen en het pakhuis alleen nog als op- slag gebruikt voor de brandstoffenhandel van Koedam, die zelf aan de Binnenpoort woonde. Een tijd lang heeft er nog reclame voor Cadena-sigaren op de molenstomp gestaan.   

Aart Uittenbogert

Tot ongeveer halverwege de jaren zeventig van de 20e eeuw werd de molen gebruikt als clubhuis voor de Harley Davidson Motoren Club Culemborg.  Ook ongeveer vanaf die tijd dreven Aart Uittenbogert en zijn vrouw ‘Moeder Marie’ hun handel in de molen en aangrenzende huisjes. Zij huurden dit van de weduwe Koedam-Bonhof.  De molen is in 1977 verkocht aan de gemeente Culemborg. Uittenbogert bleef in de molen en huurde die van de gemeente.  

In 1986 heeft de firma Lamboo en Zn. molen De Hoop geres- taureerd, d.w.z. alleen de stomp en de huisjes op het erf. Balken, ramen en vloeren zijn vernieuwd en er werd een voorlopige kap geplaatst. Voor een stelling, een echte kap en wieken was geen geld meer.

Kap en wieken

In juli 1993 is de molen weer voorzien van een stelling, kap en wieken, onder het toeziend oog van molenmaker Henk Endendijk, van aannemersbedrijf Fa. H. Endendijk en Zn. uit Terschuur, en molenmaker Nico van Koerten. Het wiekenkruis heeft een vlucht van 26,10 m. Het binnenwerk van de molen kwam van de korenmolen uit Lewedorp, bij Borsele, die gedeeltelijk gesloopt werd. Op zaterdag 11 september 1993 werd de molen - met vier zolders en twee koppels maalstenen - feestelijk in gebruik genomen. Voor de rietgedekte molenkap staat een fraai rood windvaantje in de vorm van de molen. Op de kap, eigenlijk de ‘molenbaard’, staan het stichtingsjaar (1854) het jaar van de laatste restauratie (1993) en de initialen van molenmakers Endendijk en van Koerten. De molen had intussen ook een nieuwe vrijwillige molenaar gekregen : Leo Tiggelman.

Op zaterdag 13 augustus 2005 draaide het wiekenkruis van de molen op het Jach volgens de omwentelingsteller zijn miljoenste omwenteling vanaf 10 november 1994 (toen de teller werd geplaatst)

In januari 2007 liep de molenkap stormschade op. In mei werd gestart met een nieuwe restauratie van de molen. De molen is inmiddels een rijksmonument. Bij de restauratie is het aangetaste voegwerk gerestaureerd door het bekende bedrijf in de monumen- tenzorg Nico de Bont. Ook werd de stormschade aan de kap hersteld en de molen opnieuw geschilderd.







Een standerdmolen bestaat uit een houten kast op een houten of stenen voet. De kast kan draaien om een zware spil, de standaard (standerd).  

Een rosmolen is een door paardenkracht aangedre- ven molen.

Een stellingmolen is een hoge windmolen met een galerij of stelling. Zo'n  molen staat meestal in bebouwd gebied en moet hoog zijn om binnen de bebouwde kom voldoende wind te kunnen vangen. De wieken en de staart reiken dan ook niet tot de grond (Wikiped


Kruijssen | Harlé

De zuster van Hendrikus Aloysius Kruijssen trouwde met de Culem- borger Theodorus Harlé. Zij kregen zover nu bekend is twee kinderen. Hendrik en Wilhelmina. Hendrik Harlé woonde op Varkensmarkt 3. Op dit adres was rond de Tweede Wereldoorlog ook zijn taxibedrijf gevestigd. Wilhelmina Harlé was getrouwd met Hendrik Klaassens, stationschef van station Schalk- wijk, aan de spoorlijn Culemborg-Utrecht.



Dit artikel is gebaseerd op het hoofdstuk Molen De Hoop uit: “Wind, dat is je brood” De geschiedenis van de drie Culemborgse Korenmolens uitvergroot, 18 augustus 2007, door Alies Derwig.

Molen De Hoop gezien vanaf de Vierkante Toren. Foto: Wim van Emden.

Standerdmolen

Rosmolen

Stellingmolen

Uitsnede van de schildering: Singelgezicht met de Abdij en de Sint-Janskerk.

De molen De Hoop van mole- naar Kruijssen aan het eind van de 19e eeuw.

Molen De Hoop zoals de mees- te Culemborgers hem in bijna de hele 20e eeuw gekend heb- ben. Zonder wieken.

Aart de Uittenbogerd,bijnaam Aart de Jood. Samen met zijn vrouw “Moeder Marie” dreef Aart zijn nering in de molen De Hoop.

Nu. Molen De Hoop in volle glorie.