Culemborg zoals het was

Het leven in Culemborg

home Boeken Audio Film Over ons Nieuws Links

Canon van Culemborg

De canon van Culem- borg voert u langs de hoogtepunten van de Culemborgse geschie- denis. Klik hier en laat u verrassen.






De steenoven














Pas in de twaalfde eeuw is men in deze omgeving begonnen met het bakken van stenen. Deze werden toen slechts gebruikt voor het bouwen van kerken en kastelen en later voor de stadsmuren. Dit ter vervanging van de aarden wallen. Maar al snel werden ook de huizen van gefortuneerden van steen opgetrokken. De overige inwoners woonden in huizen van hout, leem en stro.

Een middeleeuwse stad was door de houten woningen zeer vatbaar voor brand. Het kleinste brandje kon al rampzalige gevolgen hebben en een halve stad in de as leggen. In 1361 en in 1438 brandde bijvoorbeeld Gouda bijna helemaal af.
In Culemborg waren de huizen in de middeleeuwen bijna allemaal van hout. Er stond slechts af en toe een stenen huis, bijvoorbeeld het kasteeltje van de Heren van Culemborg op de plaats van het Elisabeth Weeshuis. Toen in 1422 ook Culemborg werd getroffen door een brand, werd de halve stad in de as gelegd waaronder het St. Pietersgasthuis en de Barbarakerk.

De stad werd na die brand weer snel opgebouwd. Er werden regels uitgevaardigd om brand in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen. Het werd verplicht gesteld om rieten daken en zijkanten van de huizen met leem te bestrijken. In de kleine huizen mocht geen open vuur worden gestookt. Maar nog liever zag de plaatselijke overheid dat men huizen van steen ging bouwen.
Zo kwamen er geleidelijk meer stenen huizen, maar het heeft nog een aantal eeuwen geduurd voordat de houten behuizing uit Culemborg was verdwenen.
Door de uitbreiding van het aantal stenen huizen nam ook de vraag naar bakstenen toe en moesten er een of meer steenovens komen. Hoe en waar de stenen in die periode werden gebakken, is niet bekend. De meeste steenbakkerijen waren nog erg primitief en zullen wel dicht in de buurt van het te bouwen huis hebben gestaan. Op een meer professionelere steenoven zal Voet van Oudheusden doelen als in het  boek, "Historische Beschryvinge Van Culemborg" (pag.501) wordt verwezen naar een in 1532 bestaande steenoven:  "In den eersten, op    
een mergen landts by den steenoven, in erf-pachte gegeven Jan Splinter".


Op de plattegrond uit 1760 van Jacob Perrenot van Culemborg staat aan de oever van de Lek duidelijk een steenoven vermeld, compleet met droogstellingen. Deze oven is door de eeuwen heen aangepast en verbouwd maar heeft tot 1974 altijd op deze plaats gestaan. 
Het werken op de steenoven was vaak zwaar en het werd slecht betaald. Er werd veel werk met de hand gedaan. Zo moesten bijvoorbeeld de kolen tegen een steile muur worden opgesjouwd. Na de Tweede Wereldoorlog is achter de oorspronkelijke oven een fabriekshal gebouwd om de productie te automatiseren.

De benodigde klei voor de steenoven werd aangevoerd vanaf de kleihaven. Deze lag aan de Schalkwijkse kant van de Lek. De klei werd hier afgegraven en door lorries in de schepen gestort. Deze vervoerden het dan naar de Culemborgse steenoven. Daar stonden twee grote kranen om de schepen te lossen.
In 1974 produceerde de steenoven in Culemborg 1 miljoen metselstenen per jaar en werkten er dertig mensen. Deze steenoven behoorde met zijn miljoen stenen echter tot de kleinere stenenindustrieën en kon zichzelf niet meer bedruipen. Het bericht van de sluiting van de fabriek kwam destijds als een donderslag bij heldere hemel.

We weten dat de Romeinen de kunst van het bouwen met steen beheersten. Rond het begin van de jaartelling voerden zij dit ook in de Nederlanden in. Deze bouw- kunst werd niet direct overgenomen. Hier werden nog lange tijd houten huizen ge- bouwd, zodat we tot de twaalfde eeuw niet weten hoe de mensen precies woon-den. Er is niet veel bewaard gebleven.